Sinds 2007 is de nieuwe wet op de
Archeologische Monumentenzorg van
toepassing. In deze herziening
van de Monumentenwet van 1988 zijn
de uitgangspunten van het Europese
Verdrag van Valetta (Malta) voor
Nederland uitgewerkt.
Bij de ruimtelijke inrichting van
ons land dienen cultuurhistorische
en archeologische belangen voortaan
meegewogen te worden en waar mogelijk te
worden gespaard en bewaard. De
Rijksoverheid heeft bestemmingsplannen
als uitgangspunt genomen voor de
archeologische monumentenzorg. Middels
bouw-, sloop- en aanlegvergunningen
dienen via het bestemmingsplan kaders te
worden gegeven hoe met het archeologisch
erfgoed in de bodem dient te worden
omgegaan. Gemeenten hebben hierdoor de
mogelijkheid gekregen om een eigen
invulling aan het ruimtelijk beleid te
geven en zodoende een goede afweging te
maken tussen de
zorg voor het cultuurhistorisch- en
archeologisch erfgoed en andere
maatschappelijke taken. De
gemeente heeft dus niet alleen
plichten, maar ook de mogelijkheid
om binnen de wettelijke kaders en
regelgeving een eigen koers te varen. Hamaland adviseert u graag hier
invulling aan te geven.
De cyclus van Archeologische
Monumentenzorg gaat uit van een getrapt
systeem van onderzoek. De cyclus wordt
hiernaast in het stroomschema verkort
weergegeven. De eerste fase bestaat
meestal uit een bureauonderzoek
aangevuld met een verkennend
bodemonderzoek. Indien hierbij
archeologische waarden worden aangetoond
vindt meestal een waardering
plaats van de archeologische resten.
Indien archeologische resten niet
behouden kunnen worden of ingepast
kunnen worden in de ruimtelijke
planvorming kan besloten worden om een
vindplaats op te graven.
De ruimtelijke ordening is een beleidsterrein dat continu in beweging is.
Doordat het bestemmingsplan het centrale ruimtelijke ordeningsinstrument is,
dient het bestemmingsplan een actueel plan te zijn (niet ouder dan 10 jaar).
Er wordt dus voortdurend gewerkt aan herzieningen van verouderde bestemmingsplannen.
Indien de realisatie van een project niet past in het geldende bestemmingsplan biedt
de Wet ruimtelijk ordening (Wro) de mogelijk om een projectbesluit aan te vragen.
Door het verlenen van een projectbesluit wordt afgeweken van het geldende
bestemmingsplan. Daarom moet een projectbesluit een jaar na vaststelling worden
verwerkt in een herziening van het onderliggende bestemmingsplan. In plaats van
bestemmingsplannen mogen gemeenten ook zogeheten "beheersverordeningen" maken voor
gebieden waarin geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden voorzien.
De beheersverordening is procedurevrij.
Hamaland Advies verzorgt met erkende partners voor een vlotte en gedegen
afwikkeling van uw bestemmingsplan- en projectplanprocedures. Bron afbeelding: Gemeente Oost Gelre
Milieu
In
veel gevallen is het noodzakelijk om
in het kader van de ruimtelijke
onderbouwing een bodemonderzoek uit
te laten voeren. Soms kan worden
volstaan met een beperkt historisch
bodemonderzoek, bijvoorbeeld bij
verkooptransacties van woningen of
bedrijfspanden. In andere gevallen,
zoals bijvoorbeeld bij de aanvraag
van een bouwvergunning kan een
uitgebreid
bodemonderzoek noodzakelijk zijn. Hamaland Advies werkt samen met een
netwerk van deskundige en
gecertificeerde partners om maatwerk
te kunnen leveren op het gebied van
bodemonderzoek, bodemadvies en
beleid. Daarnaast zijn wij deskundig
op het gebied van multidisciplinair
onderzoek, bijvoorbeeld bij de
combinatie van archeologisch
onderzoek en bodemsaneringen of
explosievenonderzoek.
Hierdoor worden wij vaak
ingeschakeld bij
gecompliceerde situaties, waarvoor
een specifieke risico inschatting
noodzakelijk is. Dit maakt ons tot
een veel gevraagde partner voor
zowel gemeenten als bedrijven.